Groentjes VS Veteranen

Februari 2009

Binnen onze kampwerking, of het nu om kinderen, tieners of jeugd gaat, worden we nogal eens geconfronteerd met het volgende gegeven: "Aan de ene kant heb je jongeren die heel veel van de bijbel weten al heel hun leven naar de kerk gaan, de veteranen , aan de andere kant nieuwe onkerkelijke jongeren die helemaal niets weten van de bijbel, de groentjes".

Hoe ga je hiermee om als je beiden in je groep hebt op kamp? Als je de groentjes onderwijst, kunnen de veteranen zich ongelooflijk vervelen, en als je de veteranen onderwijst, begrijpen de groentjes er soms niets van. Waar we willen gaan voor een mix tussen kerkelijke jongeren en nietkerkelijk jongeren lopen we hier steevast tegen aan. Hoe bekijken we dit? Zien we dit als een huizenhoog probleem wat de goede afloop van ons programma in de weg staat, of zien we juist de uitdaging die het samenvoegen van deze twee groepen met zich meebrengt?

Het is jammer dat jongerenwerkers soms niet eens durven te denken aan het bereiken van niet-kerkelijke jongeren omdat ze simpelweg niet weten hoe ze die jongeren in hun programma kunnen laten passen! (Nieuwe jongeren kennen de huisregels niet, maken soms opmerkingen waarvan je haren gaan rechtstaan, weten amper wat een bijbel is, )

Vaak zien we ook dat ze tegen hun zin meegenomen worden door hun net bekeerde ouders, die vinden dat hetgeen zij gevonden hebben ook aan hun jongeren moet worden doorgegeven. Op zich een hele mooie gedachte, al denken de jongeren door soms heel anders over. Ze komen wel maar willen er eigenlijk niet veel mee te maken hebben.

Is daar dan niks aan te doen?

Er bestaat een hulpmiddel wat makkelijk toe te passen is en heel effectief kan zijn. Deze verandering begint in je manier van denken en breidt zich dan uit over de dingen die je verder uitwerkt en je manier van doen. Verleg je focus van 'bijbelkennis aanleren' naar 'bijbeltoepassing aanleren'. In kinderwerk-woorden gezegd: verleg de focus van 'verhalen' naar 'leer-dit-naar-jouw-situatievertalen'. Dit geldt ook voor tieners en jeugd. De meeste veteranen, of ze nu acht zijn of zestien kunnen de bijbelverhalen van voren tot achter dromen, maar niet toepassen wat hij/zij ervan leert. Bijvoorbeeld: Ze kennen het verhaal van Goliath, maar durven zelf niet tegenover hun reus op te staan, of ze durven zelf God niet te gehoorzamen als ze in hun eentje zijn, zoals David. Wanneer een jongere tegen mij zegt "Gaan we nu weeeeer het verhaal van dieen- die behandelen" dan zeg ik "ben jij dan al zoals die-en-die geworden?" (Met andere woorden: pas je alles wat je geleerd hebt al toe?) De veteranen zeggen dan meestal "Nee". "Wel, in dat geval moeten we het nog eens over die-en-die hebben, en kijken wat we ervan kunnen toepassen in ons eigen leven.

Dit is natuurlijk een flauw voorbeeld, maar het illustreert het volgende punt: een jongere die nog maar net tot geloof gekomen is kan in gehoorzaamheid en geestelijk inzicht al verder staan dan een jongere die de bijbelboeken van voor naar achter kan opzeggen, met paginanummers erbij. Er gebeurt iets heel goeds wanneer je van bijbelkennis naar bijbeltoepassing gaat: Ineens zijn de rollen omgedraaid: het gaat niet meer om weten, maar om doen.

Dit maakt het voor de jongeren die een goede bijbelkennis hebben ook erg interessant: nu zijn ze niet meer per definitie de beste van de klas, dus hebben ze een uitdaging. Ook voor de groentjes is bijbel-toepassing altijd een wonderlijke ontdekkingstocht. Soms zien we groentjes opstaan als veteranen, en soms zien we veteranen die nog behoorlijk groen achter hun oren zijn.

EXTRA: naarmate de gehoorzaamheid aan God stijgt, kun je jongeren die al verder zijn (in gehoorzaamheid, niet in kennis), samen zetten met groentjes , zodat zij hen over God leren. Dit gaat prima, want de veteranen die ver zijn in gehoorzaamheid weten hoe ze zich moeten gedragen (Iedereen kan getuigen dat jongeren die ver staan in kennis, zich niet per definitie goed weten te gedragen).

Ilja Visee
Vormingswerker PJV

Terug naar overzicht