|
Binnen onze kampwerking, of het nu om kinderen, tieners of jeugd gaat, worden
we nogal eens geconfronteerd met het volgende gegeven:
"Aan de ene kant heb je jongeren die heel veel van de bijbel weten al heel hun
leven naar de kerk gaan, de veteranen , aan de andere kant nieuwe
onkerkelijke jongeren die helemaal niets weten van de bijbel, de groentjes".
Hoe ga je hiermee om als je beiden in je groep hebt op kamp?
Als je de groentjes onderwijst, kunnen de veteranen zich ongelooflijk
vervelen, en als je de veteranen onderwijst, begrijpen de groentjes er soms
niets van. Waar we willen gaan voor een mix tussen kerkelijke jongeren en nietkerkelijk
jongeren lopen we hier steevast tegen aan. Hoe bekijken we dit? Zien
we dit als een huizenhoog probleem wat de goede afloop van ons programma in
de weg staat, of zien we juist de uitdaging die het samenvoegen van deze twee
groepen met zich meebrengt?
Het is jammer dat jongerenwerkers soms niet eens durven te denken aan het
bereiken van niet-kerkelijke jongeren omdat ze simpelweg niet weten hoe ze die
jongeren in hun programma kunnen laten passen! (Nieuwe jongeren kennen de
huisregels niet, maken soms opmerkingen waarvan je haren gaan rechtstaan,
weten amper wat een bijbel is, )
Vaak zien we ook dat ze tegen hun zin meegenomen worden door hun net
bekeerde ouders, die vinden dat hetgeen zij gevonden hebben ook aan hun
jongeren moet worden doorgegeven. Op zich een hele mooie gedachte, al
denken de jongeren door soms heel anders over. Ze komen wel maar willen er
eigenlijk niet veel mee te maken hebben.
Is daar dan niks aan te doen?
Er bestaat een hulpmiddel wat makkelijk toe te passen is en heel effectief kan
zijn. Deze verandering begint in je manier van denken en breidt zich dan uit over
de dingen die je verder uitwerkt en je manier van doen. Verleg je focus van
'bijbelkennis aanleren' naar 'bijbeltoepassing aanleren'. In kinderwerk-woorden
gezegd: verleg de focus van 'verhalen' naar 'leer-dit-naar-jouw-situatievertalen'.
Dit geldt ook voor tieners en jeugd.
De meeste veteranen, of ze nu acht zijn of zestien kunnen de bijbelverhalen van
voren tot achter dromen, maar niet toepassen wat hij/zij ervan leert.
Bijvoorbeeld: Ze kennen het verhaal van Goliath, maar durven zelf niet
tegenover hun reus op te staan, of ze durven zelf God niet te gehoorzamen als
ze in hun eentje zijn, zoals David.
Wanneer een jongere tegen mij zegt "Gaan we nu weeeeer het verhaal van dieen-
die behandelen" dan zeg ik "ben jij dan al zoals die-en-die geworden?" (Met
andere woorden: pas je alles wat je geleerd hebt al toe?) De veteranen zeggen
dan meestal "Nee". "Wel, in dat geval moeten we het nog eens over die-en-die
hebben, en kijken wat we ervan kunnen toepassen in ons eigen leven.
Dit is natuurlijk een flauw voorbeeld, maar het illustreert het volgende punt: een
jongere die nog maar net tot geloof gekomen is kan in gehoorzaamheid en
geestelijk inzicht al verder staan dan een jongere die de bijbelboeken van voor
naar achter kan opzeggen, met paginanummers erbij.
Er gebeurt iets heel goeds wanneer je van bijbelkennis naar bijbeltoepassing
gaat: Ineens zijn de rollen omgedraaid: het gaat niet meer om weten, maar om
doen.
Dit maakt het voor de jongeren die een goede bijbelkennis hebben ook erg
interessant: nu zijn ze niet meer per definitie de beste van de klas, dus hebben
ze een uitdaging. Ook voor de groentjes is bijbel-toepassing altijd een
wonderlijke ontdekkingstocht. Soms zien we groentjes opstaan als veteranen,
en soms zien we veteranen die nog behoorlijk groen achter hun oren zijn.
EXTRA: naarmate de gehoorzaamheid aan God stijgt, kun je jongeren die al
verder zijn (in gehoorzaamheid, niet in kennis), samen zetten met groentjes ,
zodat zij hen over God leren. Dit gaat prima, want de veteranen die ver zijn in
gehoorzaamheid weten hoe ze zich moeten gedragen (Iedereen kan getuigen dat
jongeren die ver staan in kennis, zich niet per definitie goed weten te gedragen).
Ilja Visee
Vormingswerker PJV
Terug naar overzicht
|